woensdag 16 april 2008

Adios Huanchaco, hola Brasil!

...daar zit ik dan aan mijn caipirinha, in hostal Casa del Rio in Paraty. Tussen mijn mede reisgenoten die allemaal op zoek zijn naar bustijden, hostalprijzen, het laatste nieuws van thuis en het weerbericht van Zuid Brazilië. Wat doe ik hier eigenlijk?! ik mis m´n Peruaanse leventje!!de zon, de warmte, m´n vrienden, de niños, de zelfgemaakte jam van Violeta bij het ontbijt, m´n renrondje op het strand, de pisco sours rondjes bij MyFriend, de lunch bij OtraCosa, de chicharron van Don Pepe, de fogata´s, de prijzen in soles (de wisselkoers van de Braziliaanse real is absurd, en de prijzen trouwens ook!!), het spaans, de surfers, de golven.....

Wat deed ik vandaag: beetje luieren op een bootje met wat andere gringo´s, zwemmen in water van de mooiste kleuren blauw , snorkelen, op een parelwit strand liggen, op een ander parelwit strand lekker lunchen, kletsen, wegdromen en staren naar al het tropische groen, eten, drinken. Ach, zo slecht is het hier nu ook weer niet!!

Vorige week vrijdag de grote ommezwaai gedaan, van goed geintegreerde medeburger in Peru naar rondreizende buitenstaander in Brazilië. Niet teveel over nadenken en gewoon net als met een pleister: als je het snel doet dan doet het minder zeer. Afscheid nemen overal (de niños getrakteerd op een enorme chocoladetaart) en hup, het vliegtuig in. Geen 8 uur lange busreis van Huanchaco naar Lima om melancholisch te worden, maar een uurtje vliegen naar Lima en daarna een paar uurtjes naar Sao Paulo. In Sao Paulo me verbaasd over hoe nieuw alles was en hoe georganiseerd alles verliep. Wow, dit is duidelijk geen Peru meer, wat een cultuurschok! Na een shuttlebus naar de busterminal m´n zusje kunnen omhelzen, en haar vriendin. Met z´n drietjes verder gereisd naar Sao Sebastiao, om de boot te nemen naar Ilhabela. Dat bleek hét jetset eiland van de Paulistaas (en andere rijke Brazilianen) te zijn. Er werd af en aan gevlogen met de privé helikopter en de meest trendy club had champagne in alle soorten en maten op de kaart staan (de duurste voor slechts 975 reais, een slordige 375 eurootjes ongeveer). Geen wonder dat ik nogal schrok van de prijzen in Brazilië. Een rugzaktoerist hadden ze er nog nooit gezien geloof ik en goedkope hostals bestaan er ook niet!

We hadden gedacht wel even aan te haken met een rijke Braziliaan, maar voor het zover was en we een lift zouden krijgen in zijn glimmende bolide hadden we toch maar wat fietsen gehuurd zodat we ook onafhankelijk het eiland rond konden fietsen. Zo konden we mooi alle strandjes een beetje verkennen. En voor ´s avonds hadden Judith en Carola voor onze eigen champagne gezorgd :-) (en voor hmmmm stroopwafels, en mjammie!! Verkade chocolade en tijdschriften!). Na een paar dagen genieten op dit kleine paradijselijke eilandje heb ik afscheid genomen van de chicas en ben ik doorgereisd naar Paraty, een klein koloniaal stadje aan de kust in de buurt van Rio. Begin nu een beetje te wennen aan m´n nieuwe bestaan hier, ben plannen aan het maken voor de komende dagen en daarna zien we wel weer verder. Wie weet een cursusje Portugees doen in Salvador, of wat sambalesjes in Rio.... Voorlopig dus in ieder geval bericht vanuit Brasil!!

Um abraço (jaja, ik kan al een paar woordjes Portugees!)
Jantine

donderdag 3 april 2008

Turismo & transport

Het is hier in Huanchaco fantaastisch, echt waar, maar soms wil een mens toch eens lekker weg in eigen land nietwaar, en een beetje de boel verkennen. Ik voel me absoluut geen toerist hier, verre van, maar een paar toeristische uitstapjes heb ik uiteraard wel gemaakt (met en zonder de niños). Over Cajamarca had ik al eerder geschreven. Maar mijn eerste uitstapje was naar Chan Chan, met een paar medevrijwilligers. Net buiten Huanchaco, op de weg naar Trujillo, dus niet al teveel gedoe om er te komen. Het is een Unesco World heritage site (zie http://whc.unesco.org/en/list/366/) en was ooit de hoofdstad in de 15e eeuw van de Chimu dynastie, vlak voordat de Inca´s de heerschappij overnamen (die later weer door de Spanjaarden overwonnen werden). Het is een hele grote stad geweest, met enorme pleinen waar destijds grote bijeenkomsten gehouden werden. De zandstenen muren zijn hoog en lang, en versierd met allerlei zeedieren en vogels. Echt prachtige decoraties, en sommigen indrukwekkend goed bewaard gebleven (zie ook mijn foto´s op http://www.flickr.com/photos/7765034@N08/sets/72157603831487983/). Wat me vooral bijgebleven is van de uitleg van de gids, is het verhaal over de begrafenissen. Het schijnt dat hoogstaande personen destijds meerdere vrouwen hadden, en dat elke vrouw ernaar streefde zo in de smaak te vallen bij haar man, dat zij de eer zou krijgen om samen met hem begraven te worden. Levend dus ja, dat is nog eens echte liefde!!

Om Huanchaco uit te komen (of het nu voor een kort tripje naar Trujillo is, bijvoorbeeld om met de jongens naar de tandarts te gaan, of een verre reis) heb je als reiziger een paar opties. Je kunt een taxi nemen (snel, comfortabel, maar duur: 10 soles, wat overeenkomt met ongeveer 2,50 euro. En ´s nachts is het 12 of 15 soles). Of je gaat met het openbaar vervoer, en dat is er in 2 smaken: de combi (oftewel het minibusje), waar normaal gesproken een man of 10 in kunnen maar waar de Peruanen met gemak 15 of 16 of desnoods nog meer personen in proppen. Kost 1,20 sol (30 eurocent), voor een afstand van 11 kilometer. Westerse lange benen passen niet tussen de bankjes, dus als er gringos meereizen wordt er meteen minder geld verdiend! Ik hoorde pas zelfs dat ze in de combi dubbel geld rekenen voor een toerist met rugzak! :-) De andere, iets meer comfortabele maar langzamere optie is de micro. Dat klinkt klein maar is juist groter dan de combi, meer als een echte bus. Die kost slechts 1 sol, 25 eurocent dus, en daar kun je als gringo met een gerust hart je grote rugzak in meenemen. Zowel de combi´s als e micro´s zijn van een ondefinieerbare leeftijd en een APK hebben ze nog nooit gehad. Soms is het een wonder dat ze niet uit elkaar vallen! Het OV is een goeie werkverschaffer hier, behalve alle monteurs die nodig zijn om de boel op de weg te houden heeft elke micro en combi ook een soort conducteur die continu uit de openstaande deur roept wat de bestemmingen zijn (en meestal ook nog behulpzaam even zegt als je er bent). Bij instappen roepen ze "sube sube sube!" en bij uitstappen "baja baja baja!" (spreek uit als baga), todat je erin of eruit bent en de chauffeur dus weet dat ie weer gas kan geven. Haltes bestaan niet, je stapt gewoon in en uit zoals het uitkomt. Onderweg staan er mannetjes die bijhouden hoeveel pasagiers erin zitten, en de conducteurs moeten op vaste punten een soort kaartjes aftempelen. Ik heb medelijden met degene die aan het einde van de dag al die volgekrabbelde velletjes papier in de administratie moet verwerken!!!


Afgelopen weekend heb ik zelfs 2 uitstapjes gemaakt, op zaterdag met mijn collega´s van MdN (deze keer zonder niños) naar Lagunas en op zondag een door Otra Cosa voor de vrijwilligers georganiseerd tripje naar Cañoncillo. Beide dagen was het zandhappen, niet zo raar ook want we leven hier tenslotte in een woestijn aan de Peruaanse noordkust. Slechts waar regelmatig gesproeid of geirrigeerd wordt is het groen! Lagunas is een soort vakantiepark (de Peruaanse versie van Landall Greenparks) met een duinengebied/zandverstuiving (het ligt niet aan de kust). Ik had op basis van de naam een heleboel lagunas verwacht, maar het enige beetje water dat ze hadden was een fors uitgevallen vijver, ingedamd met veel beton en met een touwbrug erover. Helaas was het nogal koud die dag, en zijn we na het uitproberen van de touwbrug, een uurtje kletsen/relaxen in het zand en een lunch bij het zwembad weer terug naar Trujillo gegaan. Cañoncillo op zondag was een stuk interessanter, een soort vallei met 3 meertjes, een groene oase in de woestijn. Met een bos van algorrobos bomen, die kunnen overleven in de woestijn. De peulen van de boom (algorrobina) zijn lekker zoet, als je er op kauwt smaakt het naar caramel (er wordt ook stroop van gemaakt, heerlijk!). We waren met een groep van 25 personen, vrijwilligers en Peruaans studenten van Juany (die samen met haar Engels man Peter de vrijwilligerscentrale runt). Na zo´n 2 uur rijden met de bus (opgeleukt door een ecologisch verantwoorde gids die uitgebreid vertelde over van alles en nog wat!) en 1,5 uur ploegen door het zand/wandelen door het bos kwam de beloning: heerlijk zwemmen in het grootste van de 3 meertjes! Iedereen had z´n eigen lunch meegenomen, in de cañon zelf woont niemand (wel heel veel koeien, paarden en schapen) en er is dus niets te krijgen. Na een heerlijk lome lunch aan het meertje gingen we op de terugweg nog langs Puemape, een bekende surfspot met een prachtig strand. Een soort ghosttown verder, er woont bijna niemand maar het is erg fotogeniek!!

Op 10 april ga ik me pas echt ver van Huanchaco en Peru wagen: dan vlieg ik naar Sao Paulo!! Judith (m´n zusje) is er voor een weekje en ik heb mijn reisplannen een beeje omgegooid om haar daar te kunnen zien. Brazilië stond al op m´n lijstje alleen ga ik nu wat eerder dan gepland. Betekent ook dat ik Mundo de Niños 2 weken eerder dan gepland ga verlaten. Volgende week het grote afscheid... ben heel benieuwd hoe dat zal gaan! Ik moet nog wel even een goed afscheidskado verzinnen, en had al bedacht dat met een mini Fiesta Fabulosa de zaken weer mooi rond zouden zijn. Jullie lezen er alles over in mijn volgende blog!

Un beso,
X